19 mei 2012

Border to border

Het duurde enige tijd tot ze ons met een wuivend handgebaar stopten. Deze checkpost was al wél wakker. Toch hadden we al 190 kilometer van Bam naar Zahedan in alle vroegte en vrijheid afgelegd. Ak'bar raadde ons al aan vroeg te vertrekken, zo hard mogelijk te rijden om onder de politieradar te blijven. En als de politie je dan wilt stoppen, zeg je, "No Farsi, bye bye!". Zulke helden waren wij natuurlijk niet. En zo leverden wij onze paspoorten in en waren overgeleverd aan de sterke hand, je vriend in bange tijden. Voor het eerst in anderhalve maand niet langer meer alleen. Maar onder begeleiding, tegen onze wil. De politie gebruikte ons als een estafettestokje. Bij elke stop weer dezelfde chit-chat in de zon. Waar komt je vandaan? Wat vond je van Iran? Waar ga je naartoe? We hadden er na 10 wissels schoon genoeg van. In het begin reden we nog achter pick-up maar later werden dat brommers en bij gebrek aan vervoer, ook auto's van burgers. Door al dat oponthoud haalden wij de grens met Pakistan nét niet. In feite waren we er 10 kilometer van verwijderd. Het hele ex- en importeren van de motor zouden we voor morgen bewaren. Het soldatenjochie dat dit keer onze paspoorten bij zich stak, dropte ons uiteindelijk na een tocht van 11 uur vrijwel non-stop rijden, bij het enige hotel in Mirjaveh. Deze eerste begeleidde dag - waarop Lisan ook nog eens jarig was - was gelukkig ten einde. Met een beetje aandringen kregen we het desolate hotel nog wel een romantisch diner met droog brood, smeerkaas en tomaat. We toostten met een koud alcoholvrij biertje met pomgrenade-smaak. Best lekker als je dorst hebt.

Elke keer als je een grens over gaat merk je dat het land dat je verlaat niet echt meer in je geïnteresseerd is. Waarom zouden ze ook? De ambtenaartjes werken de formaliteiten met een zuur gezicht af, een begroeting of bedankje kan er amper af. Het land dat je vers betreedt is wel in je geïnteresseerd. Als we Pakistan binnen komen worden we begroet en er wordt vriendelijk geïnformeerd. We mogen vooraan in de wachtrij en krijgen ook nog eens warme chai en ijskoud water. Vergeet niet, dit is Pakistan, dus alles moet wel met het nodige geduld ondergaan worden. Uiteindelijk na een paar uur wachten, kregen we het groene licht en reden we zo waar door Taftan aka "Hell on Earth". Deze omschrijving voldoet nog nauwelijks, het is werkelijk een puinzooi met uitzichtloze mensen en nauwelijks herkenbare wegen. Gelukkig zijn wij hier niet 's nachts aangekomen!

De eerste meters door Pakistaans Balochistan bevielen goed. Het asfalt is van een prima kwaliteit en de dienstdoende agenten bij de checkpoints verwelkomden ons met heerlijke thee. Al na een paar kilometer verzaakte onze escort zich echter al van zijn taak. In plaats van ons strak te 'tailen' lieten zij zich terug vallen tot een niet acceptabele snelheid. 40 kpu in 46 graden hitte? Da's geen doen. Zo reden wij die dag eigenlijk ongestoort 300 km op onze dooie akkertje. Totdat we bij Dalbandin aan kwamen had niemand deze situatie opgemerkt. We wisten dat er zich een politiestation met gevangenis zou bevinden waar we veilig konden overnachten. Met behulp van de GPS stuurden we George er zo naartoe, langs het middeleeuwse gepeupel wat je in die oorden in elk dorpje vindt. Bij de vestiging met hoge muren en een enorme deur. Een vriendelijke agent deed open en vroeg zich hardop af, "Where's your escort?"

Later kwam het wel vaker voor dat wij zonder begeleiding reden. Deels omdat ze te lui waren om ons te vergezellen, deels omdat we toch echt meer rijwind nodig hadden. Van het gevang in Dalbandin ging het verder naar Quetta, de stad waar armoede, burgeroorlog, drugs, kidnappings en criminaliteit hoogtij vieren, toen het lange stuk door schitterende valleien naar Sukkur. Hier zouden we voor het eerst zonder Balochistan Levies rijden maar dat ging niet door. Elke provincie had blijkbaar een 'Special Force' die ons graag zo snel mogelijk naar de volgende wilden over brengen. We schaamden ons voor de loeiende sirenes waarmee ze de gewone boerenpummel voor een stel stomme toeristen op de motor van de weg blaasden. We zijn de koning en koningin toch niet? Gaandeweg drong het tot ons door dat we niet onder ze uit konden. Wij waren ten slotte te gast en die moest beschermd worden, verder naar Multan, helemaal totaan Lahore. Het waren de laatste 50 km naar deze stad in de Punjab-provincie die we 'vrij' konden afleggen. We waren weer op onszelf. Zelf de route bepalen, stoppen wanneer wij zelf wilden. Dat wat wij van Pakistan gezien hebben van een afstand was heel mooi en belooft veel meer als het er niet zo potentieel 'onveilig' zou zijn. Wat dat betreft hebben we het er goed vanaf gebracht. De enige die ons 'gekidnapt' hebben, was de politie in dit land.

Onze eerste Pakistaanse checkpoint. Man tegen Roemer: "Is he your husband...?" Roemer: "Yes that 's my wijf!"

Wachten op onze volgende escort

Gezellig een nachtje kamperen naast de gevangenis.'s-Nachts lagen we in ons bedje weg te zweten en te hopen dat er geen gevangenen zouden uitbreken.  

Herinnering aan een ruige arrestatie.

Deze agenten bewaakten het gevang. De man links zong 's-Nachts de sterren van de hemel. 

Kenteken van een auto die al een tijdje geleden in beslag genomen moest zijn.

Water is schaars in Belochistan, het komt eens per week per trein. In deze kruiken blijft het lekker koel. Of het hychiënisch is valt nog te betwijfelen. Je moest namelijk met je hele hand erin om met een beker het water te pakken.. 

Het zoveelste theetje met de '' Levies ''

Deze versierde vrachtwagens komt je regelmatig tegen.

Achterkant van versierde vrachtwagen


Nooit te beroerd om even te lachen voor de foto.

Niet met het mes op de keel maar een AK-47 op tafel, overtuigde Roemer deze gasten ervan dat we toch eindelijk weer verder moesten... Al was de amandel-limonade wel erg lekker.

Aapjes kijken - vanuit de kijker.

Deze macho's wilden maar al te graag met die Hollandse knul op de foto.
(De man links van hem is trouwens een oud-hockey international. Wat een carrière-move!)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen