3 sep. 2012

Lao Lao

Met enige aarzeling reden wij Laos binnen. Aan de ene kant omdat we ons geliefde Thailand (tijdelijk) gedag zegden, aan de andere kant omdat we zojuist de Mekong overgestoken waren en Roemer met de motor door kniediep water moest rijden, de motor van de pond af in balans houdend. Een nieuw land verkennen, gaf ons nieuwe energie en bijkomende spanning. In Laos kom je echter meteen van een koude douche thuis. Kostte het pondje al 12,50 euro (ter vergelijking; het veer tussen Amsterdam en Zaandam kost 1,50), verderop maken de dienstdoende custommannetjes je graag ook een paar duiten armer omdat het 'weekend' is. Met de verse stempel op het importdocument rijden we naar de immigratie, opnieuw lege blikken vanachter het glas. Weekendtoeslag, "Money, money," 4 dollar! Rij je 16.000 kilometer naar dit vreemde land, wordt je zo ontvangen! Hoe ontluisterend kan een grensovergang soms niet zijn?

De volgende dag verlieten wij Houay Xai pas na het afsluiten van een motorverzekering. Wat geen verplichting is in Laos maar toch, voor 6 piek zit je mooi 'gebakken'. Alhoewel het de vraag blijft of de verzekeringsmaatschappij echt zo gek is om een verzekerde van 1 maand jong daadwerkelijk uit te keren. Bovendien wist de verzekeringsdame niet eens duidelijk te maken waar de Third Party polisvoorwaarden voor stonden... Enfin, voorzichtig rijden maar weer. Nog even langs de pinautomaat. We namen 100 euro op en kregen daar 1 miljoen KIP voor terug! In Laos waan je je wel heel eenvoudig miljonair.

De weg naar Luang Namtha was zo glad als een biljardlaken. Zo'n stuk heerlijk en goed gewalsd asfalt hadden we lang niet gezien. Slingerend door dit hoogland ontmoetten we enthousiaste kinderen langs de weg, houten huisjes op palen en vergezichten over een weelderig land. En bijna geen verkeer te bekennen. Hoe mooi kan reizen soms zijn?

Het enige wat je Luang Namtha kunt doen is een trekking het woud in. Daar hebben ze hier veel van. Nog wel. Als het aan het groeiende aantal Chinezen ligt, wordt daar steeds verder de kap in gezet. Net als in Thailand richt de overheid van Laos nationale parken in. Op zich een goede gedachte maar de 'rest' van het land is dan 'vogelvrij'. Een Belgisch stel dat wij spraken in ons guesthouse kwamen zojuist de bossen uit. De één was ziek geworden en de andere had moeite genoeg om zich door de blubber te slaan. Tja, regenseizoen in this neck of the woods betekent iedere dag een flinke hoosbui over je heen. Om die reden sloegen wij een Redmond O'Hanlon-achtige expeditie maar af. Geen slechte beslissing. De goede weg die ons in het hart van het Noorden had gebracht, hield nu zo'n beetje op. Hier begon het Laos van de wilde verhalen. Er was wel asfalt maar dan afgewisseld met grote hoeveelheden potholes en modder. Hele delen van de weg waren weggespoeld en veranderd in een modderpad en bijzonder glad. Landslides zijn hier overal een groot probleem. Met geluk en wijsheid ploegden we ons een weg, soms enorme gevallen keien ontwijkend. Dit alles met een niet aflatende hoeveelheid regen die ons bij een trek in de jungle vast parten zou hebben gespeeld. Eén mazzel, door al dat water kan je de potholes op een afstand al zien liggen.

Via het niemendalletje - Oudomsay - belandden we in Vieng Vang, het Sodom en Gomorra van Laos. Hier houden tieners uit alle windstreken zich op om zich te vermaken aan 'tubbing', een puberaal variant van dobberen op een zwemband waarbij het doel is en passant zo veel mogelijk Beerlao's naarbinnen te hakken. Hiervoor wordt je naar de kant gehengeld door bars die aan de oever van de rivier gevestigd zijn. 's-Avonds wordt er massaal TV-gekeken naar (tot onze verbazing) de oudste afleveringen van Friends. Aangekomen in ons guesthouse parkeerden we George naast een stoer 100cc motortje. Het contrast kon niet groter zijn, die enorme George naast zijn kleine Honda-broertje uit Vietnam. We  ontmoetten we de eigenaars de volgende ochtend, een Spaanse jongen en een Frans meisje. Ze reisden samen op de motor net als wij richting het Zuiden. Grote kans dat wij hen nog tegen komen. Wij zijn ten slotte sneller.

Het verbaasde ons niks toen wij Deborah en Jamie (spreek uit: [Gajemee]) bij het stoplicht in Vientiane op het achterlicht reden. Ze hadden flink doorgepeesd, langs 3.000 bochten en de ontelbare landslides. We spraken af om een drankje te doen. Verder bezochten we in de hoofdstad, het Thaise consulaat voor een tweemaands visum. Dat mochten we de volgende dag ophalen tussen alle expats en tot een buitenlandse nationaliteit genaturaliseerde Thai. De dag besloten we met een bezoek op de fiets aan de Gouden stupa, het nationale monument van Laos. Mooier en leuker dan dat was de Buddha-tuin, een park net buiten Vientiane met meer dan 100 verschillende Boeddistische en Hinduïstische beelden, in verschillende formaten.

Met het achter laten van deze wat ons betreft zich zelf overschatte stad (duurste hotelkamers van het land en waarvoor?) lieten wij ook het groene gedeelte van het land achter. Het langgerekte Laos is net als Nieuw-Zealand; het Noorden is er net zo verschillend als het Zuiden. Elke kilometer die wij verder reden, werd het landschap minder bosrijk (voor het oog) en minder bergachtig. Misschien kwam het hierdoor of door de saaie snelweg nr.13 dat Lisan achterop af en toe een uiltje knapte... Meer spectaculair was de weg landinwaards, met aan weerszijden Karsgebergte, hoge zwarte rotsen die uit de grond lijken gerezen. De heuvels in dit gebied gaven ons een goede kijk op de enorme stuwdam Ban Theun. Dit soort dammen worden in toenemende mate gebouwd in Zuid-Oost Azië en leveren de regering van Laos veel geld op en even zo veel culturele- als milieuproblemen. Onze reisvrienden bezoeken dammen als deze maar wij kwamen hen daar niet tegen. Het regende die avond zo hard dat wij besloten om ons niet op offroad terrein verder te wagen. De onverharde wegen kunnen hier erg glad worden maar erger nog, vrachtverkeer en die verschikkelijke SUV's waar iedereen maar geld voor lijkt te hebben, rijden je met liefde van de sokken.

Op het Bolaven Plateau bereikten we het hoogste punt in het Zuiden. Heel geleidelijk rijdt je recht omhoog, van 0 tot wel 1.500 meter. Het is er minstens 10 graden koeler dan waar wij vandaan kwamen dus ging de rits tot bovenaan dicht. Pas in Pakse kruisten onze wegen elkaar opnieuw. Net als de meeste Laotiaanse steden valt er weinig bijzonders te doen en dus maakte het goede gezelschap veel goed. In hotel Phonesavanne beleefden wij onze beroerdste nacht tot nu toe. Er was een muis in de airco aan het plafond gekropen die op avontuur ging toen wij het licht uit deden. Via het gordijn daalde Little Stewart af naar ons bed, de vloer, rechtstreeks op onze noodlesoep af. Eerst dachten wij nog dat het een gekko was. Met onze zaklamp ontmaskerden we een angstige muis die hoog in de elektriciteitssnoeren geklommen was. Het beest plofte van een paar meter op de grond en verdween op de grond, in de gordijnen, terug de airco in. Inmiddels was het 03.00 uur en deze schijnbeweging voltrok zich meerder keren. Tot slot maakten wij een einde aan het verstoppertje spelen, knoopten de gordijnen zo hoog mogelijk op en schoven de kledingkast strak tegen de plint. De arme drommel had zich even later in de prullenbak verstopt, sprong er met een boogje uit en snelde zich door de deur die wij wijd open hadden gezet. Arrivederci Stewart, so long en dat we je maar nooit meer terug zien! Om 04.00 uur lagen we op één oor, gerustgesteld dat hij nu écht weg was.

Onder Pakse bezochten we in de zinderende hitte Wat Phu. Een vroeg voorbeeld van de Kmerh bouwkunst die Angor Wat in Cambodja zo beroemd maakt. Het is wel een stuk kleiner dus in een paar uurtjes waren wij er alle vier wel op uitgekeken. In het uiterste Zuiden bevindt zich wat ze hier noemen de Mekong Triangle, een gebied van water een misschien wel 4.000 eilanden, precies op de grens met Thailand en Cambodja. Niet zo roemruchtig als de Golden Triangle in het Noorden. Er wordt hier namelijk geen opium verhandeld maar wel volop gebruikt door in hangmatten uitgetelde backpacktoeristen. Met een pond bereikten we Don Khong, het grootste eiland en tevens het enige dat een beetje fatsoenlijk met een grote motor te berijden is. Het is er rustig en je vraagt je af of de mensen zich hier niet stierlijk vervelen. Maar de Laotiaan legt zich overal snel bij neer. Zoekt een rustig plekkie en staart wat voor zich uit. Voor ons was er gelukkig genoeg Beerlao voor handen en omdat het onze laatste nacht was in dit 'paradijs op aarde' trokken we een fles Lao Lao van het schap en onze speelkaarten uit de tas. Met onze nieuwe motorreisvrienden delen we nu onze passie voor het Chinees Pokeren, een slok van deze rijstwijn en een katerig gevoel de volgende morgen. Het leven is goed!

Met de pond oversteken naar Laos

Luang Prabang National Museum.


Een van de mooie straten in Luang Prabang.

Laotiaanse wiskey met diverse reptielen en spinnen. Je schijnt er sterk van te worden...





Fotograaf neemt middagdutje.

Fietsen in Vientiane.

Deze stupa is het nationaal symbool van Laos.


Arc de Triomphe van Vientiane.



Bovenaanzicht van Buddha park buiten Vientiane.


Provosorisch tankstation.


Vogels, kikkers, kuikens, vis, echt alles gaat hier op de bbq.


Petanque ! Een duidelijke voorbeeld van de franse invloed in Laos.

Had ik nu maar gekozen voor een fruit kraampje..

Deze kikkers wachten rustig tot ze aan de beurt zijn..



Schuilen voor de regen.


Staat ie goed ?

Deborah en Jaime met hun Lady Killer.


Met de Ferry naar Don Khong. 

Wat Phu.


Met de ferry naar 4000 Islands.

Mekong.

Een traditioneel Laotiaans huis.

Mekong bij zonsondergang.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen