27 apr. 2013

Old Times in Ecuador

Geen opmerkingen:
Er zijn weinig landen waar ze ons welkomer heten dan in Ecuador. Na olie is het toerisme een enorme bron van inkomsten van het land. Niet onterecht want het kleine landje van Latijns Amerika - dat trouwens weinig Inca-historie kent - heeft zich toch omhoog gewerkt met allerlei actieve en culturele activiteiten. We rekenden drie dollar voor een maandje motorverzekering af en kregen het visum er gratis bij. Vanaf de grens met Colombia klimmen we door tot het op 2.800 meter hoogte gelegen Otavalo.

In dit Indianendorp is Roemer al eens eerder met een studievriend geweest. In de tussenliggende tijd is er weinig veranderd. De belangrijkste trekpleister is de zaterdagmarkt waar al het denkbare verkocht wordt. Het leukste is de - veemarkt - waar je voor een habbekrats de baas kan worden over een koe, een paard, of een zak eenden, katten of Cuy (Quechua voor cavia - guinea pig). Meiden met een zwak voor dit arme dier zullen er direct hun huisdier in herkennen. De manier waarop het dier aan de nek wordt rond geleurd, is hen gauw te veel. De aanblik van deze kale ratten aan het spit nog meer. Het is echt waar, in Ecuador en Peru eten ze vette cavia.

We bezochten de markt met het journalistenpaar Jeremy en Paula uit Groot-Brittannië, die we al eerder in Colombia hadden gezien. Pas op de schitterend gelegen camping Rose Cottage, maakten we kennis met elkaar. Zij reisden al 1,5 jaar in hun VW busje, ongeveer dezelfde route door Amerika als wij, maar waar wij maar drie maanden over gedaan hebben. Toen wij terug kwamen van een dagje door de straten struinen en wij nét van de lokale Aguadiente met koffie begonnen te nippen, arriveerden onze favoriete Amerikanen uit Oregon weer. Het terug zien van Alex en Andrew vierden we met het nodige bier en whiskey met de toepasselijke naam 'Old Times'.

Van 'Old Times' komen 'Bad Times' weten wij nu. De volgende ochtend begon voor sommigen van ons namelijk met het verwerken van een rédelijke kater. Ik zal niet zeggen dat het Andrew was maar die jongen lag na het ontbijt nog maar eens zijn roes uit te slapen op het koude beton voor de deur van een van de huisjes - iets wat hij vast had afgekeken van veel Otavaalse mannen die een succesvolle zaterdagmarkt afsloten door diep in het glaasje te kijken en na een piesbeurt prompt tegen diezelfde paal in slaap te vallen.

Rond elf uur vonden we het genoeg en maakten we hem wakker om te vertrekken naar het meer van Quilatoa. Dit bevindt zich even ten Zuiden van Quito op zo'n 4.000 meter hoogte - best een stevige route dus. Met een redelijke vaart knalden wij Zuidelijk over de Panamericana - de 'zwarte parel' van Ecuador. Toen wij de voet van de oude vulkaan bereikten was het afgelopen met de glanzend nieuwe vierbaanswegen en realiseerden we dat de timing voor onze eindbestemming wel heel slecht was uitgekozen. Eerst te laat vertrekken, dan zonder GPS (deze is sinds Mexico de weg kwijt) in de hoofdstad Quito verdwalen en vervolgens een onverharde weg op moeten rijden waarbij het ook nog eens donker begon te worden...

In plaats van Quilatoa reden wij dan maar door naar Baños. Een leuke plaats waar iedere outdoorfanaat aan zijn trekken kan komen. Twaalf jaar geleden maakte ik er samen met Robert al eens een jungletocht. Dat was toen heel erg leuk maar op dit moment kon ik alleen maar aan de nattigheid en de kou denken die de regentijd met zich mee brengt. Met Alex en Andrew maakten wij een tochtje met kabelbaan en maakten 's-avonds samen een feestmaal in het hostel om hun afscheid te vieren en om te vieren dat wij elkaar vast nog wel eens tegen zullen komen, al is het waarschijnlijk niet meer op deze trip.

We hebben nog wel iets gezien van de Amazone. Via de Route del Amazonas reden we steeds verder naar het Oosten, volgens mij waar wij vroeger een jungletocht gemaakt hadden maar waar na 12 jaar 'vooruitgang' geen dicht bos meer te bekennen valt. Ja, hier en daar dan. En misschien op de plekken die wij achter de dichte mist niet hebben kunnen zien. Nu wij steeds verder kwamen, begon het ook steeds meer te regenen. We hadden er de balen in dat we geen andere route genomen hadden. We maakten een tussenstop in het niemendalletje Macas. We vonden een hostel voor onszelf en een parkeerplek voor George bij één of andere notaris (we hoefden geen contract te tekenen, hij kwam wel mondeling met ons overeen dat hij nergens verantwoordelijk voor kon gehouden en dat wij twee dollar vooraf moesten afrekenen).

De volgende dag hoopten we op meer geluk. Maar het werd erger. Het leek Oost-Thailand wel! Door een niet aflatende regen pruttelden we door naar het plaatsje Limon waar wij even een kaki aten bij een benzinestation en naar de weg vroegen. Die zou verderop zijn, links afslaan en dan door (de man maakte een weg gooi gebaar). Maar er was helemaal geen weg. Nog een keer vragen en weer het gebaar. Goed, dan toch maar die zogenaamde weg op. Het bleek een nog niet bestaande route, een weg in aanbouw. Nou heb ik wel vaker op dit soort wegen gereden maar met de zwaarbeladen George en Lisan achterop is dit toch altijd spannend. Grint werd van tijd tot tijd afgelost door modder en slik. De mist trad weer in en we gingen ook de hoogte in, tot 3.800 meter. Met horten en stoten piekten wij de berg en stortten ons naar omlaag. En zo bereikten wij de derde stad van Ecuador Cuenca. Nog steeds in de regen zochten wij naar een hostel, samen met een Duitser die al drie jaar op een oude BMW rond reisde (misschien deed hij er zo lang over omdat hij geen woord Spaans kon). Lisan kon dat wel en ook al spreekt zij zonder werkwoorden, ze regelde voor ons een grote zolderkamer waar wij comfortabel alle natte motorkleding en spullen uit konden hangen.

Ik kon mij Cuenca anders herinneren dan vroeger. Kolonialer destijds en authentieker. We misten de indianen op straat en de leuke marktjes met snuisterijen en kunstnijverheidsdingetje. Nou ja, het is het seizoen ook niet. We besloten naar Manchala aan de kust door te rijden, een transitplek voordat we de grens over gingen met Peru. De weg ernaartoe leidde door diepe kloven en glooiende landschappen maakten zich op voor een overgang naar zeeniveau. In deze onaantrekkelijke plaats zagen wij het strand en de blauwe zee nog niet. Dat zou later komen...

En ook hebben wij onze tanden nog niet in Cuy (spreek uit: "koej") kunnen zetten. Gelukkig kunnen wij in de herkansing in Peru. Maar meer daarover de volgende keer!

Uitluizen op de markt

Even denken... Twee avocado's? Mmmm.... Zes dollar?

Plein in Otavalo.

Uitzicht van The Rose Cottage waar we een paar nachten kampeerden.

Roemer doet een laatste poging om de gps te repareren en Lisan doet een poging tot eten koken.

Gezellige drukte op de dierenmarkt in Otavalo.


Veemarkt (ook voor katten, honden en cavia's)
IJsjes waren net zo in trek als het vee zelf

Dikke kip en dikke kip


Dit jochie moest heel erg huilen toen zijn moeder zijn geliefde kip wilde verkopen aan die vreemde meneer...

Rippie het lekkere Knorretje wil niet mee.

Kan er geen touw meer aan vast knopen

kwik kwek kwak kwok kwink kwuk etc

Wie biedt er meer? Eén kilo Cuy dames en heren, wie maakt mij los?

Hopelijk zijn deze niet om op te eten : (

Onze Overland-vrienden Jeremy en Paula uit de UK

Niet om te knuffelen maar om op te eten...

Zo knijp je 'm dood

Hoedje m'neer?


Sneaky verkoopster


Eindelijk haar mini Alpaca gevonden..



Rippie dus.

Tsjeee...

Paalpisser wordt Paalslaper

Afscheidsetentje in Baños met onze vrienden Alex en Andrew


Hier hadden de jongens Cuy kunnen eten. Alleen niet vandaag... Volgende keer!?

Kabelbaan Experience

Routeplanning in progress

Baños - Nie zo goed weer. Jammer.

De nieuwe paus is hier ook al geïnaugureerd.

Diva steekt 'm in de hens

Basiliek van Cuenca

Cuenca

15 apr. 2013

The Bajatwins riding in Colombia

1 opmerking:

Gastvrij Colombia

Geen opmerkingen:
's Ochtends vroeg namen we een taxi naar de cargoterminal voor een extra stempel in Roemer zijn paspoort. De dag ervoor waren ze dit vergeten en ondanks het feit dat we twijfelden of het wel echt nodig was namen we het zekere voor het onzekere. Zo kwam het dus dat we veel te vroeg op het vliegveld waren. Gelukkig ging het allemaal snel en kwamen we aan het begin van de middag aan in het regenachtige Bogota. George was de dag ervoor al gevlogen dus we konden hem meteen op halen. De taxi naar de cargoterminal van Girag kon ons niet voor de deur afzetten dus moesten met onze bagage rennen door de stromende regen. Hierna volgden uren van wachten, van het kastje naar de muur gestuurd worden en een enorm gedoe om een paar kopies te maken. Het kantoor van Girag ziet er modern uit maar ze gebruiken nog carbon papier en het enige kopieapparaat van het hele bebouw staat in de repro op de begane grond, die natuurlijk dicht zat toen wij er waren. Toen de papieren eindelijk in orde waren ging het ineens heel snel, de mensen van de opslag waren super vriendelijk en snel dus binnen enkele minuten konden we dan eindelijk wegrijden.

Helaas was het al donker en het verkeer in de stad chaotisch  We vonden het vooraf uitgezochte Cranky Crock Hostel met een parking naast de deur, iets waar we altijd rekening mee moeten houden. Het meisje aan de receptie deed de naam van het hostel eer aan, ze was namelijk behoorlijk CRANKY. Ik kon met haar meelopen om de te dure kamer te bekijken, maar omdat ze de sleutel was vergeten moest ik door het raampje de donkere ruimte beoordelen. Normaal zou ik bij zulk gedrag weggegaan zijn maar omdat we er echt klaar mee waren namen we de kamer toch maar. We aten in een leuk tentje tegenover  en terug in het hostel probeerden we Miguel te bellen met op de achtergrond de keiharde muziek van de receptie. Toen de Westerse eigenaar de volgende ochtend bij vertrek vroeg of we wel betaald hadden zei ik dat we dit al gedaan hadden bij zijn onbeschofte personeelslid. Het feit dat iemand klaagde over zijn personeel interesseerde hem duidelijk geen zak.

Voor de check out van het hostel waren we op zoek gegaan naar de verplichte verzekering voor George. Al gauw vonden we het desbetreffende kantoor en stonden tot onze verbazing binnen een half uur weer buiten de deur, met verzekering! Het kan dus wel snel. Bij een kleine Honda garage kochten we een nieuw start relais, al het aanwezige personeel stond de motor te bewonderen en wilden er maar wat graag aan sleutelen, helaas voor hen viel er weinig aan te sleutelen. Een van de jongens had ondertussen een sticker laten maken voor op de koffers, de eigenaar gaf mij een cadeautje en van zijn moeder kregen we een kop koffie. Kortom wij en vooral George werden erg leuk ontvangen bij de kleine garage.

Onze vriend Robin heeft een paar jaar geleden zijn hart laten stelen in Colombia en heeft er de liefde van zijn leven gevonden. Vorig jaar is hij in Bogota getrouwd met Claudia en inmiddels woont ze ook in Nederland. Zo kwam het dus dat we in contact gebracht werden met de oom & tante van Claudia. Na wat telefoontjes te hebben gepleegd en meerdere zoekacties kregen we oom Miguel eindelijk te pakken en kwam hij ons tegemoet gereden.

Vanaf het moment dat we de familie ontmoetten werden we in de watten gelegd, overspoeld met informatie en overal mee naartoe genomen. We kregen zelfs een aanbod om de week erop alleen in het huis te verblijven omdat de familie zelf op vakantie ging. Zo ongelofelijk gastvrij kunnen mensen dus zijn en dan te bedenken dat deze mensen ons niet eens kenden!

Na een paar heerlijke dagen hadden we zin om weer eens verder te gaan. Na een lange rijdag langs slingerwegen en regenwoud kwamen we aan in Rio Claro, een natuurreservaat waar van alles te doen is. Helaas was het al laat dus van zwemmen, hiking of kajakken kwam niets terecht. We waren niet de enige campinggasten, er waren veel locals die de hele week vrij hadden vanwege Pasen. We zagen wat tenten bedekt met plastic en vroegen ons af waarom, het was er namelijk bloedheet. Die nacht kregen we antwoord op die vraag, het regende dat het goot. Tussen de tent en het zeil op de grond bleef al het water staan zodat we op een koud waterbed lagen. We hielden het niet droog die nacht en deden geen oog dicht. De volgende ochtend moesten we met de natte zooi vertrekken. Tja, kamperen gaat niet altijd over rozen...

In Medellin zochten we Alex en Andrew op, dronken wat biertjes en wisselden onze verhalen uit. De volgende dag spraken we af met onze Couchsurfhosts Jorge en zijn vrouw Paola. We volgden het pasgetrouwde stel op hun motor naar hun huis dat 10 km van de stad in de wijk Ballo ligt. Een steile en smalle weg naar boven. Bijna boven kwam er een auto onze richting op gedenderd, we moesten uitwijken en kwamen met de achterband in de goot terecht. Daardoor raakte George uit balans en vielen we. Gelukkig ving één van de koffers de val op en was er verder niets aan de hand.

De dagen erop werden we weer overal mee naartoe genomen. We bezochten San Pedro waar de oma van Paola woont, gingen op bezoek bij familie en deden een tour door de stad met zo ongeveer alle vervoersmiddelen die er beschikbaar zijn, inclusief de kabelbaan. We maakten een fles Aquadiente soldaat en proefden van traditionele gerechten. Na drie gezellige dagen reden we voor de laatste keer de bergweg af, iets waar ik niet heel rauwig om was. Ik zag er namelijk sinds de het ongelukje de dag ervoor steeds als een berg tegenop...

Colombianen eten voornamelijk 's-middags warm en zwaarrrr. Langs veel wegen heb je restaurants waar je een plato kunt bestellen. Meestal houd dit in, soep, rijst (en pasta!), bonen, vlees, gebakken banaan en een plukje sla met een glas verse vruchtensap om het allemaal mee weg te spoelen. Toen we op weg naar Almenia aan het lunchen waren werden we aangesproken door een groepje mannen uit Cali. Ze waren nieuwsgierig naar onze reis en stelden de standaard vragen. Toen ze weg gingen kregen we hun telefoonnummer en een uitnodiging om met hen te eten als we in Cali zouden aankomen. Het deed ons even denken aan Iran, waar we dit soort situaties meerdere keren per dag meemaakten.

In Cali verbleven we in het Casa Blanca Hostel. Een hostel waar veel motorrijders verblijven die op doorreis zijn. We ontmoetten Mika, een duitser die zelf 7 jaar op een motor heeft rondgereisd, nu in Bolivia woont en nog steeds veel reist. 's-avonds dronken we wat biertjes met hem en wisselden we verhalen uit. Een andere motorreiziger genaamd Adam uit Australië zat al drie maanden in hetzelfde hostel omdat hij tegen een vrachtwagen was aangereden en zijn handen gebroken had. Omdat hij blij is dat hij nog leeft en het er zo goed vanaf heeft gebracht wacht hij zijn genezing geduldig af om vervolgens zijn reis voort te zetten.

Als we in Popayan waren moesten we toch echt bij de 91 jarige moeder van Miguel verblijven. Zo geschiedde dat we de tweede dag in Popayan bij het huis van Josephine aankwamen. De vrouw is zeer kras voor haar leeftijd en doet nog veel zelf. Ze heeft een bediende wat niets bijzonders is omdat iedereen die in de middenklasse schijnt te hebben. We probeerden wat met haar te kletsen en aten met z'n drieën. Aan het einde van de dag kwamen er nog wat familieleden die wat Engels spraken en zoon Carlos nam ons mee naar een museum met vooral heel veel opgezette dieren. De volgende dag namen we een mooie slingerweg naar Coconuco, een plaatsje met thermale baden. Het was er redelijk druk en wij waren de enige Gringo's dus we voelden ons redelijk bekeken. Het water was lekker maar we hadden het toch snel bekeken, we reden naar beneden en aten ergens in de stad. We hadden gezegd rond 4 uur terug te zijn bij het huis maar bij aankomst was er niemand. Na 2,5 uur wachten en ons zorgen maken bleek oma bij haar zoon op bezoek te zijn geweest. We hadden wel door dat ze een beetje gefrustreerd was vanwege het feit dat ze geen hele gesprekken met Los Holandesés kon voeren en zo maakte ze ons om 8 uur duidelijk om naar bed te gaan. Gelukkig hebben we altijd een film of serie om te bekijken op de laptop dus we vonden het helemaal niet erg.

Op weg naar Pasto aten stopten we bij een lunchtentje langs de weg. De namen gebruikelijke maaltijd waar meestal soep aan vooraf gaat. In mijn soep dreven stukken vlees met haar en al, waardoor ik meteen gegeten en gedronken had. Er stopten drie antieke Austins met daarin vijf Engelsen (zie hun website) en een busje met een vreemde Duitser die twee backpackers had meegenomen. We maakten een praatje en reden verder naar Pasto. In Pasto checkten we in bij het enige (redelijke) hostel en deden wat boodschappen.

Langs de meeste wegen troffen wij politie of militairen aan, die de meest gebruikelijke routes bewaken tegen drugsverkeer. We zijn geen een keer gecontroleerd, wel staken ze meestal een duim naar ons op. Dit schijnen ze naar iedereen te doen als teken dat de weg veilig is.Vanaf Pasto was het maar een klein stukje naar Las Lajas net voor de grens met Ecuador. Bij hotel Danny kon George met een beetje moeite in de schuur achter waar ook een voorraad groenten lag opgeslagen. We bezochten de bijzondere kerk in een canyon en bekeken de rest van het dorp. De rest van de dag hebben we vooral gerelaxt en genoten van onze laatste dag Colombia.

We hebben ondervonden dat Colombianen over het algemeen erg gastvrij zijn, het landschap is vooral bergachtig en heel groen, het is helaas geen goedkoop land om in te reizen, vooral accommodatie (zelfs camperen) en alcohol is duurder dan in de landen die achter ons lagen. Om eerlijk te zijn misten we wel een beetje cultuur, authenticiteit, afgezien van afgezonderde volken loopt er nauwelijks iemand in klederdracht. We hebben ons geen enkel moment onveilig gevoeld en de wegen zijn over het algemeen erg goed bovendien hoefden wij geen tol te betalen. Wat ons verbaasde is dat ondanks het feit dat Colombia een koffie land is, er in veel huishoudens koffie met filter en heet water wordt bereid en de restjes vaak worden opgewarmd voor de volgende dag!?

We hebben weer een mooie tijd gehad en zijn klaar voor een nieuw land Ecuador!

Bogota by night.


  
Mobieltjes aan snoeren..Op elke hoek van de straat vind je wel iemand die zijn belminuten verkoopt. 

Soms voel je je als toerist net een Alien.

Bij de Honda General Motos garage in Bogata.

Lisan, Socorro, Roemer & Miguel bij de Monserrate kathedraal met uitzicht op Bogota.

De kabelbaan in Bogota.


Heerlijke verse sapjes van bijvoorbeeld Guanabana (die groene dingen).

Lichtshow in de zout kathedraal van Zipaquira.

Zout kathedraal Zipaquira.

Lol bij restaurant Carne de Res Andres.

Miguel verzon dat Lisan jarig was en vervolgens kreeg ze een kroon op, sherpa om en speelde de huisband  "Feliz cumpleaños".

Eten bij Carne de Res Andres.

Overal waar je kijkt hangt wel iets geks in  het populaire restaurant Carne de Res Andres.

Helaas was het erg druk in Guatapé zodat we Peñón de Guatapé niet konden beklimmen.
Beers with Alex, Andrew & Micah

Uitzicht op Medellin.

Eén van de beroemde beelden van Botero.

Nog een bekende van Botero..

Op de knietjes voor Maria


Kathedraal in San Pedro.

Onze couchsurfhosts (in het midden) Jorge & Paola met haar familie.

Met de kabelbaan over de stad Medellin.

Love the world! Achteraf bleek het een prullenbak te zijn...

Het Fruitmeisje

Popayan

Museum vol opgezette beesten in Popayan.

In een van de Thermale baden in Coconuco.


Logeren bij de 91 jarige moeder van Miguel.

Onderweg kwamen we een groepje engelsen tegen die in deze antieke Austins reizen.

Uitzicht op Las Lajas.

Typisch Colombiaans eten.

Colombiaanse touristen bij Las Lajas.

Las Lajas.