4 apr. 2013

Hink-stap-sprong door Centraal Amerika

De kleinste landen van de Amerika's bevinden zich in het midden. Het zijn er zeven om precies te zijn, waarvan wij er vier in korte tijd bezoeken (naast Guatamala). We hebben namelijk eind maart een afspraak met een schipper die ons voorbij de ondoordringbare Darien zal varen omdat de weg naar Colombia hier stopt.

Vanuit Chiquimula is het nog maar 50 kilometer kachelen naar Honduras. En vanaf de grens nog maar 10 km naar het plaatsje dat vernoemd is naar de Maya Ruïnes van Copán. Een leuk plekje met grote keien als bestrating, veel hotels en restaurants en caballero's al dan niet te paard op elke hoek van de straat. Voor ons was het een korte stop om de volgende dag fris op de bok naar het midden van het land te reizen, zodat we er in drie dagen wel helemaal doorheen zouden zijn. Veel overlanders mijden Honduras of knallen er in één dag door. Niet zonder reden want volgens de statistieken is deze dreumes het meest moordlustige land ter wereld. Er vallen meer doden per inwoneraantal dan in Amerika. Je loopt er grote kans zelf slachtoffer te worden als je je in de grote steden ophoudt en opzichtig met je Nikon rond loopt te zwaaien. Dit overkwam een Brit vorig jaar (ik meen zelfs dat ik dit met verbazing in Nederland heb zitten lezen voordat wij op reis gingen) - toen hij tegenstribbelde werd hij zonder pardon neergeschoten. De meest brute criminaliteit is niet gericht op toeristen maar speelt zich tussen Mexicaanse en Colombiaanse drugsbendes af, die elkaar letterlijk afmaken om het grootste aandeel in de drugsmarkt te veroveren. 

In Copán is alles vredig en rustig en merkten wij helemaal niks van al die negatieve informatie. Toch vertrokken wij de volgende dag al bij dageraad. We waren goed onderweg totdat George er op een gegeven moment de brui aan gaf. Met stotteren en stoten bereikten we een tankstation en omdat het probleem zich vast op het brandstofvlak begaf, vulden we nog eens goed bij. De motor startte weer en reed als vanouds. Dit keer rechtsomkeert, naar de basis, Copán. De eigenaren van het hotel vroegen zich af of wij iets waren vergeten, maar nee, los Holandéses checkten nogmaals in voor een nacht. Om een lang verhaal kort te maken onderzocht ik de motor eens goed (je wilt toch niet in de bush van Honduras met panne komen te staan) verving het een en ander, we reden nogmaals weg, keerden weer om en opnieuw zochten we naar de oorzaak van het probleem. Zo veranderde één dag Copán in vijf dagen rommelen met benzinepompen waarna we uiteindelijk met een gloednieuwe pomp (per toeval precies dezelfde gevonden) onze weg écht konden vervolgen (inmiddels weet ik dat de pomp niet stuk was maar dat de contacten van één van de twee kabels vuil waren, tja...).

Diverse leger en dan weer politie checkpoints verder, kwamen wij aan bij Lago de Yojoa (spreek uit Goijaa met veel nadruk op de gorgelende 'g'). Het meer is prachtig en vanaf de weg die er vlak naast ligt, zie je hoe mooi het tussen de groene bergen is gesitueerd. De beplanting is woest en jungle-achtig. In het hostel waar wij kwamen, kun je trekkings doen met een gids maar wij kwamen daar niet voor. We wilden van het huisgebrouwen bier proeven. Het Amber-bier goten we graag naar binnen en ook de biertjes met zwarte bessen en ander fruit waren best in orde. Hoewel dit paradijselijke plekje gerund werd door een Amerikaanse eigenaar, konden wij dit betalen door er te kamperen, keurig in een zandbak als kampeerplek. Wel een beetje klein, wel een beetje veel muggen.

De laatste dag in Honduras brachten wij in Danli door. Een warm plekkie dat bekend zou moeten staan om haar perfect op Cubaanse wijze gerolde sigaren. Die hebben wij niet geproefd, noch gevonden. Het leek erop dat de sigarenindustrie er in rook was opgegaan. Helaas. Lang hebben wij er niet om getreurd want we zouden de grens over gaan naar Nicaragua, het lievelingetje van dit deel van de wereld. Voor het zover was moesten we even door de ambtelijke mangel aan de grens. Honduras uit komen merkte je bijna niet maar aan de andere zijde wisten ze ons toch wel een tijdje op te houden, al was het niet voor een omkoping of een pesterijtje, het systeem was er nu eenmaal om je van het kastje naar de muur te brengen, dat is soms zo. Voor degene die niet weten hoe het werkt, even in het kort: eerst emigreer je uit het ene land en laat je de tijdelijke toestemming voor de motor vernietigen. Vervolgens immigreer je naar het andere land en vraag je wederom een tijdelijke vergunning voor de motor aan. Ten slotte koop je al dan niet een soort verzekering (third party) die al dan niet materiële en lichamelijke schade vergoed in geval van een ongeluk. Die laatste drie stappen zijn altijd tricky want hier moet je vaak wat dollars schuiven en de dienders zijn maar wat dol op fotocopia's die je dan weer ergens moet gaan maken (tegen betaling natuurlijk). Maar na een uur of wat was het zo ver, we reden ons 26ste land binnen!

Onze eerste indruk van het droge en dorre landschap deed veel denken aan Mexico. De agrarische gemeenschap omarmt eco-toerisme en avontuurlijk paardrijvakanties steeds meer. En zo komt het dat je hier en daar een enkele gringo tegen komt. Totdat je bijvoorbeeld in Granada aanbeland. Hier zie je er meer (zonder het authentieke karakter te verliezen). Het is een leuke plek die koloniaal aan doet maar en zelfs wat weg heeft van de gelijknamige plaats in Spanje (op de Alhambra na natuurlijk). We bleven er maar kort. We aten er burrito's en dronken er voor het eerst chocoladedrank met een soort tarwespul. Toeristen gaan vaak naar het meer van Nicaragua en dan nog naar het eiland dat er middenin drijft. Er bevinden zich twee enorme vulkanen op, die je kunt beklimmen of eromheen rijden zoals onze Amerikaanse vrienden hebben gedaan. Wij kozen voor een kort verblijf in San Juan del Sur wat de moeite waard was want het heeft een schoon strand met veel gezellige restaurants waar tot diep in de nacht het lokale bier Tona gedronken wordt. 

De grens met Costa Rica kwam al snel in zicht, alhoewel het enigszins ontnomen werd door gigantische zwermen muggen. Toen ik mijn helm af zette leek het visier van mijn helm wel een vliegenvanger waar allemaal insecten aangekoekt zaten. Het waaide er trouwens ook. Zo hard dat ik later ontdekte dat mijn t-shirt niet onder mijn jas zat maar eroverheen. Dit is een goede plek voor het opwekken van windenergie. Wat ook gebeurt. Enorme wentelwieken (ont)sieren het landschap. Nu begreep ik waarom er geen powercuts in dit landje zijn. De energie is hier letterlijk van de lucht.

Over het verkrijgen van toestemming om dit (ooit eens) populaire land binnen te rijden, wil ik alleen maar kwijt dat het wederom een simpele, probleemloze affaire was. Waar je het nodige geduld voor moet hebben. Costa Rica heeft wél last van powercuts (hoe rico het ook is) maar na het voor de zoveelste keer opstarten van de ambtelijke computer kon de aardige meneer achter het glas ons vertellen dat de verzekering rond was en hiermee de deur geopend naar land nummero 27. Ik had hoge verwachtingen van dit land. Maar Costa Rica schijnt ook weer heel gevaarlijk te zijn (zeker de steden San José en Limon) en daarom mijden we deze liever. Vanaf de Panamericana, pikten we een leuk ommetje mee. Even vragen aan een taxichauffeur of we goed zaten en ja hoor, de weg zou prima geasfalteerd zijn en in no-time zouden wij in Santa Elena arriveren, beweerde de man. Niet dus. Een lekkere Col de Obelisque veranderde in een veldrijklassementsrit en al was het uitzicht fenomenaal,  wij (met name de copiloot) hobbelden toch wat sceptisch over de kasseitjes heen en weer. Gelukkig groepeerden de stenen zich niet tot hopen grind (waar je met El Moto niet echt lekker doorheen navigeert) en liet George geen steek vallen. Santa Elena nabij Monte Verde was een skidorp zonder sneeuw. Het is een beetje platgelopen door Amerikanen uit bergstaten zoals Oregon en Colorado. Wij vroegen ons af waarom zij niet lekker daar blijven in plaats van hier? Of zou het aan die heerlijke Crêpes Juliette liggen waar de jeugd zijn handen niet van af kan houden?

Voor het eerst op onze reis bereikten wij de andere kust. Het kostte wat moeite, we begonnen namelijk met 30 kilometer onverhard (met de steilste afdalingen die wij deze reis hebben meegemaakt) vervolgens door de oerwouden van Braulio Carillo waar het begon te regenen, de motor bleek net voor Limon niet meer te willen starten en uiteindelijk arriveerden we in de vochtige hitte van Cariben. In Cahuito ontmoetten we de Rotterdamse Willeke die er een hostel de 'Secret Garden' runt. We haalden verhalen van de reis op met Alex en Andrew en aten pizza en dronken veel te duur bier. Totdat we een harig beest zagen hangen aan één van de elektriciteitsdraden boven de weg. Lisan en Alex waren er als de kippen bij, het betrof hun lieveling de luiaard - Sloth in het Engels of Perezoso in het Spaans, het komt op hetzelfde neer, het beest is hondslui, slaapt overdag en gaat er 's avonds op uit om de meest verse groene blaadjes van de bomen te roven. Dit exemplaar hield ons van de pizzapunten weg en we volgden het met open mond tot midden in het dorp. Misschien had je gedacht dat luiaards zich langzaam voortbewegen, deze was heel snel. Totdat één van ons zich realiseerden wat wij nog helemaal niet hadden afgerekend in het restaurant...



Misschien wat tegen ons gevoel in, verlieten wij Costa Rica al na drie dagen. We zijn hier nog korter geweest dan in Honduras en dat is toch een record. Ik denk dat er maar weinig mensen maar drie dagen naar Costa Rica gaan (als ze al gaan) maar voor ons was het genoeg. Nummero 28 - Panama is nog zo'n land waar je niet kort genoeg kunt zijn wat ons betreft. Neem alleen al de verschrikkelijke grensovergang. Wederom is een land uit gaan niet moeilijk, alhoewel wij aan Costa Ricaanse zijde een domme zeug van een doaunebeambte troffen. Ze vertikte het om George ordentelijk uit te stempelen en vestigde haar aandacht veel liever op haar mobieltje. Toen het dan eindelijk zo ver was, reden wij over een betonnen brug (naast de beroemde houten die te rot is om overheen te rijden) naar Panama. In Panama leek er bijna niks geregeld en stonden wij in de regen voor het immigratieloket. Daarnaast bevond zich een loket voor een stickertje (daar betaal je 3 dollar voor - volgens sommigen is dit oplichting - wie het weet mag het zeggen) en in een soort supermarktje (waar ze schoenen verkopen die Durex heten) haal je je verzekeringsbewijs. Dit is tevens het basisdocument om je tijdelijke importvergunning te bemachtigen, uiteraard weer bij een ander loket. Toen wij onze verzekering wilden kopen, waren we nèt te laat, de mevrouw van de verzekeringen was vertrokken om even een uurtje te gaan lunchen...

Ik zei net dat Panama niet leuk was maar het plaatsje Boquete is dat wel. En de route ernaartoe is er eentje om je vingers bij af te likken. Perfect asfalt dat slingert over bergen en dalen dwars door het groenste oerwoud dat je je kunt voorstellen. Nog voor het hoog gelegen Boquete werden wij bijna van een bergkam afgeblazen maar dat vergeet je meteen als je ziet waar je terecht komt. Het dorpje ligt aan de voet van een enorme vulkaan omgeven door een dor, glooiend landschap, dat mooi geel oranje gloeit in het avondlicht. Weer ontmoetten wij Alex en Andrew en samen vierden wij onze 12-maands mijlpaal met een door Alex zelfgemaakte, smeuïge enchilada en veel rum-cola. De drank die piratenkapitein Morgan fataal werd, smaakte top en zo werd het eindelijk weer eens een latertje.

De laatste kilometers Centraal Amerika legden wij vrij snel af. We kampeerden nog eenmaal tussen de Duitsers en de gekooide vogels in Santa Clara voordat we Panama City bereikten. Inmiddels ontdekten wij hoe beroerd de plezierboottocht met onze Slovaakse schipper wel niet kon zijn, gezien een aantal slechte recensies op Internet. De ándere boot met wel goede ervaringen, voer niet. Na een warme nacht in de tent, hakten we de knoop door, wij gaan vliegen. En zo skipten wij de boot, checkten de motor voor veel te veel geld in bij een Colombiaanse vrachtvervoerder en namen de taxi naar ons hotel. 

De hoofdstad van Panama is kosmopolitisch, groots en pretentieus als je wilt. In plaats het oude stadshart in stand te houden, is men eerst begonnen om een gigantische skyline aan te leggen wat er zeer vreemd uit ziet als je vanuit de 'arme' landen van Centraal Amerika komt aanrijden. Een betaalbaar (en veilig) hotel is moeilijk te vinden. Maar Alex en Andrew liepen wederom op ons voor en zo checkten wij zonder te zoeken bij hetzelfde hotel in. We vertelden hun het nieuws van onze wending om over de Darien Gap te komen, wat zij licht op namen. Voor één persoon met een motor is het vliegen relatief duur, voor ons tweeën maakte het weinig verschil.

En zo kwam een einde aan deze 3.000 km door Centraal Amerika. Wij zijn vier landen rijker, een avontuur dat ons altijd bij zal blijven. Ook al was het een hink, een stap een vervolgens een grote sprong van 768km door het luchtruim. Of we hier ooit nog eens terug willen komen? Denk het niet. Voor nu lonkt Zuid-Amerika.

Ons volgende stukkie gaat over Colombia!

Eén van de straten in Copan Ruinas.

Meisje met ''tamme'' eekhoorn.

Copan Ruinas.

Wie van de drie? 

Voor een eurootje mocht je deze gele jongen vasthouden..

Deze vriendelijke hostel eigenaar hielp ons met het benzinepomp probleem.

Even geld wisselen bij deze dragqueen.


Katholieke ceremonie in Granada.




SHOW YOUR TITS?

Roemer geniet hier van een traditioneel drankje genaamd Tiste (gemaakt van cacao & tarwe)





Monte verde Costa Rica.

Pretty Costa Rican Colones.



Deze luiaard in Cahuita schijnt elke avond in de electricteitsdraden te klimmen op zoek naar een boom met jonge blaadjes.

Een ochtend wandeling in de jungle van Cahuita.


Zulke grote luiaards bestonden er miljoenen jaren geleden.

Vliegend hert..zo groot als je hand!

Een jaar onderweg! Om dit te vieren kookten Alex en Andrew voor ons en daarna zijn we nog even door gegaan tot in de late uurtjes..

Toucan
Klaar voor de vlucht naar Colombia!

Kuna Indianen in Panama City.

Bizar uitzicht van Panama City.

1 opmerking:

  1. He stelletje reizigers!

    Gaat ineens een stuk sneller al die landen lijkt het wel! En jullie waren dus bij die plek waar ze luiaards opvangen, die gewond zijn geraakt en zo, waar een Amerikaanse dame een huis vol luiaards heeft. Vast niet binnen geweest, maar begreep van een documentaire 2 weken geleden dat dit vlak bij dat standbeeld is waar jullie 'Zulke grote luiaards bestonden er miljoenen jaren geleden.' bij hebben geschreven. Gave beesten inderdaad! In die documentaire bewogen ze trouwens niet zo snel als in jullie filmpje!

    Jammer dat jullie midden-Amerika niet zo ontzettend leuk vonden. We kunnen over veel niet meepraten, maar Costa Rica leek ons (of mij?) nog wel eens erg leuk. Goed om het daar nog eens over te hebben onder genot van een goed glas bier / wijn hier in NL!

    Wist niet dat die Panamarican-highway stopt in Panama, maar begrijp dat het stuk jungle waar je te voet dus wel nog doorheen zou kunnen tussen Panama en Colombia een van de gevaarlijkste plekken ter wereld is. Beter om erover heen te vliegen dus!

    Hier alles goed trouwens. Eindelijk is de vorst bijna het land uit en dat mag ook wel in april. Dan zijn de tropen toch beter! Lekker weekend nu, beetje chillen op de bank vanavond. Verhalen over Colombia volgen, dus wachten vol spanning af. Hoe dan ook, geniet ervan, hoop dat George jullie niet al te veel problemen meer oplevert, maar hij heeft dan ook een waardige prestatie geleverd tot nu toe! Als een trouw paard!


    Gr, X, ook van P, E

    BeantwoordenVerwijderen