8 jun. 2013

Peru Deel II - Doen we het of doen we het niet?

Je kunt je makkelijk vergissen - wat een onmetelijk land is Peru. We rijden nu ruim vierhonderd kilometer onafgebroken op de Panaméricana, in dezelfde richting dat is toch ongekend? Helemaal vanaf het uiterste Noorden, dwars door de hoofdstad Lima, zou je helemaal tot in het Zuiden kunnen komen waar de kustweg over gaat in Chili, zonder je stuur er ook maar één keer voor om te hoeven gooien.

Na het vissersdorp Pucusana gaan wij richting Nazca, over één van de keurigste snelwegen die Peru rijk is. We besteigen er enorme zandduinen mee die je doen afvragen hoe het asfalt erop kan blijven liggen. De kust wordt gesierd door hier en daar verspreidde tuinhuisjes. We hoorden later dat het land van iedereen is hier in Peru. Als je het maar 'claimt' door er iets op te zetten. Vier houten planken bijvoorbeeld met een stenen muurtje eromheen.

Wanneer we naar het plaatsje Pisco de afdaling inzetten, worden we opeens ingehaald door een motor. Een BMW, ik had hem al in mijn spiegels gezien. Het zal wel een Amerikaan zijn die eventjes het Zuiden 'doet'. Na de gebruikelijke motorbegroeting, blijft de gele motor voor ons hangen en seint ons met zijn richtingaanwijzers de vluchtstrook op. Dit zijn wij niet gewend en even denk ik aan een overval. Dat idee verdwijnt al snel als ik besef dat de kans wel heel klein is dat wij door een BMW-rijder met dure motorkleding, koffers en accessoires beroofd gaan worden. Zodra we eenmaal afgestapt zijn, onthaalt de man ons met een hartelijke omhelzing. Het is onze eerste ontmoeting met Octavio die zijn Mexicaanse thuisland even heeft verlaten om samen met zijn motor 'Namibia' America te ronden. De 55-plusser is heeft een warme persoonlijkheid en is blij eindelijk weer eens andere motorrijders te zien. Als we afscheid nemen van Octavio, spreken we af elkaar onderweg nog ergens te zien.

We bereiken Nazca uiteindelijk, zonder af te hoeven slaan. Hier in het woestijnstadje is het gelukkig lekker warm. Verder is het eigenlijk een Niemendalletje, want als de beroemde Nazca-lijnen er niet waren geweest, had niemand van het plaatsje gehoord, hoogstens als een van de etappeplaatsen in de Dakar Rally.

In Nazca komen we tot twee beslissingen. Ten eerste gaan we de Lijnen (enorme tekeningen van dieren in het zand) niet vanuit de lucht bekijken (voor 100 dollar vloog Octavio in alle vroegte een half uur over de figuren heen - blijft lastig zien zei hij) maar we nemen een kijkje in de observatietoren langs de weg. Kost een stuk minder, 3 soles (1 euro). We komen toch langs die toren als we terug naar Lima rijden, want dat hangt samen met onze tweede beslissing, we rijden het hele stuk terug naar het postkantoor in Lima om onze nieuwe tandwielen op te halen. Dat betekent dus een extra 900 km rijden. Misschien wel voor nop, misschien ook niet.

Dit keer gaan we niet linea recta dwars door Lima maar rijden één van de gevaarlijkste steden ter wereld in. Tot onze verbazing is het centrum van de stad en de wijk Miraflores heel modern, georganiseerd en schoon zelfs. Er is ongetwijfeld een hoop criminaliteit in deze stad maar wij hebben het niet gezien. Of het moet de post zijn, want ons pakketje ligt tot de dag van vandaag op het bureau van de doaune die maar niet kan beslissen hoeveel belasting over een setje tandwielen voor een Honda Africa Twin geheven moet worden. De valse hoop dwong ons er toe om vier dagen in de hoofdstad door te brengen, genietend van het mooie weer, de boulevaards en het fraaie centrum - onderbroken door ons frequente bezoek aan het hoofdpostkantoor. De dame op middelbare leeftijd achter de balie kan ons inmiddels uittekenen. Alhoewel ik betwijfel of het ongeïnteresseerde gezicht enige emotie kan opbrengen voor de positie waarin wij verkeren. "Nee hoor, uw pakketje is niet verzonden. Het moet nog in het buitenland zijn want het staat bij ons niet in het systeem." Ja die is mooi. En Peru is het meest veilige land ter wereld zeker?

Wij realiseren nu - dat wij ten halve gekeerd zijn, en ten hele hebben gedwaald. Het heeft geen zin langer te wachten op iets dat toch niet arriveert, simpelweg omdat 'het systeem' onze aankoop heeft geklauwd. En zo bereiden we ons voor op onze verdere reis door Peru. Door naar Nazca (voor de tweede keer) en snel de bergen in, op naar Cusco!

Het is niet de beste dag om te rijden en zeker niet op een hoogte van meer dan 4.000 meter. Echt een Lisan-en-Roemer-actie om met de spijkerbroek en zomerhandschoenen op de motor te stappen. Het is bar koud, er ligt zelfs sneeuw langs de weg. En het begint te regenen. De modderstromen gutsen van de bergen en de licht-bruine smurrie schuurt de tandwielen van onze aandrijving, waar ik mij steeds meer zorgen om maakte (de nieuwe heeft de douane inmiddels op zijn eigen fiets gezet). We keren om, trekken op een droog plekkie onze droge motorbroeken aan en dikke winterhandschoenen en rijden verder. Even later bereiken op 3.200 meter het de plaats Puquio, een ander Niemendalletje van de buitencategorie. Snel strijken we neer in een niet bijzonder hostel (maar goedkoop) waar we op de parkeerplaats worden verwarmd door de vriendelijke en onderzoekende blik van een heuse, bruine alpaca. Wat een schattig dier! Lisan is er ondersteboven van en noemt het dier liefkozend 'Alpie'. In een best wel leuk restaurantje eten wij een setmenuutje van soep en heerlijke forel (trucha) en een lap gepanneerde kip (pollo milanesa), twee gerechten die we in het vervolg op elke kaart probeerden terug te vinden. We spoelen het geheel weg met 'mate de coca' (thee van cocabladeren) en duiken het warme nest in.

De volgende dagen rijden we over hoogvlaktes (altiplano) tot op 4.600 meter. Veel kouder werd het gelukkig niet want de mooie stad Cusco ligt zelf op 'maar' 3.400 meter hoogte. Deze Inca-stad kunnen we nu van ons lijstje afstrepen. We voelden het als een overwinning op onszelf, een hoogtepunt van de reis in letterlijke zin. Nog nooit waren we zo hoog gekomen met onze George - dankzij het verwijderen van de demper uit de uitlaat en het kiezen van de goede benzine (minstens octaantje 90).

Zoals iedereen weet ga je naar Cusco voor die ándere stad, de ruïnes van Machu Picchi - of zoals Lisan het noemt 'Muchas People'. Enfin, ik zal er geen lang verhaal van maken maar grote vraag rees: doen we het of niet? Dat zit zo. Het Incadorpje Machu Picchu zou Machu Picchu niet zijn, als het niet heel erg geïsoleerd, heel hoog en verscholen tussen de bergen lag. Je kunt er niet komen met de auto, motor of fiets, je dient er naartoe te lopen (vijf dagen Incatrail), of een combinatie van trein, bus, taxi's en vervolgens als nog lopen. Alle mogelijke manieren van een georganiseerde tour kosten je zeker twee meier PP (ex. toegangsbewijs). Een serieuze grap en als je beseft dat de belachelijk dure treinen in het bezit zijn de Chilenen vraagt iedere overlandreiziger zich af of men dit wel moet doen.

Als motorrijders zien wij overal een uitdaging in om met de motor te komen, wat a) avontuurlijker en leuker is, en b) goedkoper (zo voelt het althans). Na lang wikken en wegen zetten we koers naar het plaatsje Santa Teresa, het dorpje dat op Aguas Caliente na, het dichtst bij het toeristische hoogte punt van Peru ligt. De weg stelt niet teleur. Zonder twijfel is het gebied waar de Inca's zich destijds verscholen hielden één van de mooiste gebieden van het hoogland van Peru. Hier komen we meer haarspeldbochten tegen dan ooit tevoren, we rijden door warme valleien met wuivend stro en ten slotte groene vegetatie op heuvels dat zich kan meten met het puntige Kars-gebergte in Au Nangh Thailand.

Via een 30 km lang off-road weggetje langs de rand van de afgrond, bereiken we een waterkrachtcentrale waarvan wij weten dat je er ergens de motor kon parkeren. Gewoon bij particulieren die op je motor willen passen. Wie zou hier toch wonen? Het blijkt de familie Escobar te zijn die nou eens niet handelt in drugs maar in parkeerplekkies. Eén van de broers komt al glimlachend op ons af om te zeggen dat al twee Duitse jongens op een brommertje waren gearriveerd (die gasten waren wij onderweg ook al tegen gekomen). Snel kleden wij om en lopen maar. Twee uur langs het spoor, een half uur naar het ministerie van cultuur voor de entreekaartjes en ten slotte nog een uur klimmen over Nepalese stenen trappetjes van 400 meter steil naar boven. En dan... Zien wij MP en strompelen door de gangetjes. We struikelen over de Amerikanen en... Chinezen! "Jullie ook hier?" Chinezen zijn de nieuwe Japanners, zo veel is duidelijk tegenwoordig. De zon parelt door de rustieke vensters van perfect op elkaar gestapelde stenen. Nou ja, je moet wel zoeken naar deze wonderlijk gerangschikte rotsblokken. De techniek erachter is nog steeds niet bekend. Als ik mijn schoenen uit wil trekken om te 'luchten' wordt ik gesommeerd dat niet te doen. MP is een heilige plek volgens de suppoost. Nergens zien we dat dit niet mag. "Er zit een steentje in mijn schoen," vertel ik de man maar hij stemt niet toe. Ik trek mijn wandelschoen weer aan en bedenk dat MP heiliger is voor de Peruaan van tegenwoordig dan het ooit geweest is. In feite was het niet meer dan een boerendorp en nu is het niet meer dan een georganiseerde zooi stenen. Zonder franje, zonder versierselen, sporen van artistieke rijkdom zoals je dat bijvoorbeeld bij de ruïnes van Palenque (Mexico) of Ankor Wat (Cambodja) ziet. MP zetelt op een mooie locatie, dat wel.

Als we terug naar beneden wandelen en langs het spoor, komen wij de Duitsers tegen. Zij zijn vroeger vertrokken dan wij en willen nu nog helemaal terug naar Cusco (6 uur door het donker rijden). Die zijn gek. Wij eindigen deze bijzondere dag liever in het gezellige Santa Teresa, met een warme douche en de lekkerste gebraden kip die wij ooit gegeten hebben. Laat die moffen maar rijden. De balans van vandaag: MP is de moeite waard geweest maar niet het geld. Een entreekaartje van 40 euro is te veel voor iets wat in beginsel niets gekost heeft. Dat valt erg moeilijk in te zien. Die stenen lagen er toch al?

Als we een dag later inchecken in ons favoriete hostel in Cusco (George kan op de binnenplaats) kunnen we de Franse wereldfietsers helaas niet vertellen dat ze MP toch moeten overwegen. Ze zijn al vertrokken. Die reizigers doen er wat langer over om ergens te komen. Respect. We nemen het hen niet kwalijk. Ook Greg de dwaze Austaliër die rijdt op een oranje kerstboom van een motor is er niet meer. Hij is een of ander jaarlijkse occulte bijeenkomst in de bergen aan het filmen. Zo heeft ieder zijn ding. Het begint ons weer te jeuken om verder te gaan. We laten ons voorste tandwiel voorzien van een nieuwe rij tanden - want wie niet mooi is moet slim zijn - en we zijn weer 'good to go'. Dank aan Wemoto.com overigens die ons een nieuwe set tandwielen heeft toegestuurd, dit keer naar Nederland waar het inmiddels is gearriveerd in de beschermde omgeving van mijn moeder.

We bereiken het hoogste, grootste en oudste meer van de wereld, Lake Titicaca. Superlatieven schieten te kort als je de Peruaanse propaganda moet geloven. Wij laten de zogenaamde rieteilanden en het folkloristisch gepeupel voor wat het is. De route naar en langs het meer is spectaculair genoeg. Hier waan je je in verloren tijden waarin mensen nog leven in hutjes van stenen van klei. Er is enkel stro op de akkers en de groenere weiden worden begraasd door plukjes lama en alpaca. Dames met hoedjes en bolle jurkjes kijken ons meewarig aan als we hen begroeten. Wij zijn vast niet de eersten die hier rond dwarrelen maar toch kunnen ze er de lol niet van inzien.

Op weg naar de Boliviaanse grens (in Juliaca) raken wij ernstig verdwaald in het web van wegen (door het ontbreken van wegwijzers en aan onze zijde een werkende GPS). Na tien keer vragen, bevinden wij ons gelukkig voor zonsondergang nog op de weg naar Puno - een ander Niemendalletje maar prima voor één nacht. Alhoewel... We worden wakker gehouden door Peruaanse klaagzang bij de buren van Hostel Don Hector dat later over gaat in onvervalste Westerse disco. Zelfs de Pisco Scour cocktail die wij onszelf hebben toegediend, hielp ons niet op één oor de nacht door. Lekkere voorbereiding. Morgen moeten we weer zo'n lekkere grens over. De 32ste om precies te zijn.

Als wij Puno verlaten en het meer van Titicaca achter ons laten, worden we toch nog even staande gehouden door de dienstdoende orde. Zes motoragenten kijken nieuwsgierig mee hoe wij onze paspoorten en rijbewijs overhandigen. Alles blijkt schoon en in de haak. Nederlandse documenten, geen probleem. Zelfs het ontbreken van een geldige verzekering voor de motor is nog nooit een aanleiding geweest voor een bakhsish, een bribe of een smerinkje hier of daar. Motorrijders vallen (tegenwoordig) niet meer zo op in Peru en voor ons valt Peru beslist niet tegen.

Een van de bekendste Nazca tekeningen.
Uitkijktoren op de Nazca Lines.


Nazca Lines, links zie je The Tree.
Een enthousiaste Poolse reizigster wilde een foto van ons en George die in de lobby van ons hotel mocht staan.

Plaza de Armas in Lima.

Deze balkons zie je overal in de oude binnenstad van Lima.
Rembrandt en Roemer in hotel Espana.
Alpie.


Veel lama's langs en op de weg...
Garmin mag dan stuk zijn, maar hij kan nog wel de hoogte meten!

Plein in Cusco.
Liggend krijg je hem er het beste op..zelf sta je er dan ook charmant op.


Cusco.



Cusco van bovenaf.
Cuy al palo = cavia op een paaltje.

Ja hoor zet 'm maar in de winkel.

Vanaf hier is het nog twee uur lopen langs de spoorlijn en dan nog een uur omhoog naar Machu Picchu.

Aguas Caliente, het eindpunt van de trein naar Machu Picchu.

Machu Picchu.

Kijk hoe strak die stenen tegen elkaar aan liggen..en hoe strak Roemer op de foto staat.








En dezelfde weg weer terug...

Fantastische kronkels wegen door de bergen.




Zout mijnen in Macas.
Uitzicht op de zout mijnen van Macas.




3 opmerkingen:

  1. He L & R!

    Wat ziet het er toch weer fantastisch uit! Misschien wel duur - MP - maar erg mooie foto's! Die in dat graanveld ook trouwens!

    Inmiddels jullie al wel in Bolivia zitten. Ben benieuwd hoe het daar is! Jammer van die motoronderdelen, maar hopen dat George het houdt!
    Wij zijn inmiddels bezig met de nieuwe keuken. De oude is er uit en vandaag is een mannetje bezig met de elektra. Over 1,5 week staat de nieuwe als het goed is. Ook erg leuk dus!
    En fijn dat de zomer een beetje begonnen was afgelopen week. Jullie gaan natuurlijk langzaam de winter tegemoet de komende maand!

    Geniet ze verder! Groeten ook van P, en x, E

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Als met de nieuwe keuken jullie kookkunsten erop vooruit gaan, dan
    komen we die graag eens proeven als wij weer terug zijn! (dit is een
    grapje natuurlijk).

    Dank voor de mooie woorden. Peru is een aanrader als jullie er nog
    niet geweest zijn, zeker doen. Inmiddels zijn we koud één dag in
    Argentinië. De winter lijkt hier meer op onze zomer gelukkig! Ciao
    ciao tot snel.

    Ps. Medio augustus waarschijnlijk...

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Jullie zijn hoe dan ook van harte welkom in de nieuwe keuken! Hebben nog even de tijd om een recept te bedenken! Moet wel lukken dus!

    Gr!

    BeantwoordenVerwijderen