14 jul. 2013

Argentinië, maxima 80

1 opmerking:
Bij de Argentijnse grens aangekomen, bleek de snelste en de traagste overgang, veel dichter bij elkaar te liggen dan wij dachten. Alleen nog een stempel voor onze motor en we zouden Argentinië binnen rijden. We zwaaiden lachend naar de beambten die ons attendeerden op de Argentijnse die 'Reina' van Holland was geworden en begonnen al aan een nieuw hoofdstuk. Ons laatste – en wellicht – het meest geanticipeerde want wij hadden zin in zo'n sappige gegrilde steak met een goed glas rode wijn! Maar nee, het liep anders en dat zat zo.

De Boliviaanse zijde was snel en simpel afgehandeld. Vervolgens reden wij over de brug naar Argentinië. Aan de andere kant in de warme kantoortjes ging de procedure ook eenvoudig. Bij de laatste balie ten slotte, keek onze onderuitgezakte beambte eens goed naar de voorgelegde papieren. "Of wij een verzekering hadden?" Die hadden wij wel, zei het van Nederlandse bodem dus schoof ik die maar over de toonbank. Instemmend nam de dame het papiertje aan en ze concludeerde dat het een heus international insurance betrof, dat stond immers bovenaan en dat was tevens het enige wat zij ervan kon lezen want de rest was in het Nederlands. Wist zij veel dat het hier ging om een Europese verzekering, die ook nog eens verlopen was! En dát had zij na lang turen helaas tòch nog in de smiezen. Trots dat zij toch onwetmatigs gevonden had, hield zij ons er ons resoluut voor verantwoordelijk dat wij een geldige verzekering zouden bemachtigen of een nieuwe Groene kaart waarvan wij te vergeefs beweerden het jaarlijkse bedrag automatisch over te hebben gemaakt.

We bevonden ons in een lastige situatie omdat wij eigenlijk niet terug naar Bolivia wilden maar ook niet alvast Argentinië in mochten om dan bij het eerste het beste loket een motorverzekering te kopen. We besloten de immigratie ongedaan te maken, om te keren, en opnieuw de brug over Bolivia in te rijden. Omdat we alles op 'een houtje' gedaan hadden (lees: uitgebreid vis zitten eten) was het al laat en dus waren wij genoodzaakt een hotel te nemen. En er nog eens een nacht over slapen of we een nieuwe verzekering zouden kopen (wat dus niet ging omdat het weekend was – ) of onze Nederlandse 'nepverzekering' van 2013 te downloaden...

De volgende dag reden wij gewapend met het geprinte Hema-document opnieuw de brug naar het beloofde land. Dit keer werkte er een andere beambte die tevens de opdracht van thuis leek meegekregen te hebben, om het ons zo moeilijk mogelijk te maken. Onze verzekering was nu in orde en een spoedige doorgang leek naarbij, totdat er een hele stoute gedachtekronkel in de man kwam opborrelden. Wat had hij bedacht? Degene op het kentekenbewijs van de motor zou volgens hem misschien niet overeen komen met degene van het paspoort! Met verbazing keken wij de man aan. Zo veel vindingrijkheid hadden wij zelfs bij de meest obscure grensovergangen in Midden-Amerika niet meegemaakt. Dit was toch Argentinië? Het land van onze keurige Maxima? Wij vroegen de man om een verklaring en het bleek dat ons NL-paspoort over alle uitgeschreven voornamen beschikte, terwijl het kentekenbewijs (echt beschamend trouwens dat de NL'se autoriteiten je met zo'n stom vodje de wereld in stuurt. En het bestaat ook nog eens uit drie afzonderlijke delen! Dat begrijpen ze elders in de wereld al helemaal niet...) alleen over initialen en achternaam beschikt. En ja, je moet het de man nageven, het zou dus zo maar eens kunnen zijn dat wij met een motor van iemand anders rond reden. Diegene heette dan precies M.O.W.R. Mol en ja, hoe het ons is gelukt ongemerkt langs 32 grensovergangen te 'glippen,' dat wist de man ook niet te beantwoorden.

Zo veranderde wat de makkelijkste grens in tijden had moeten zijn, in de lastigste van onze hele trip; de langst durende, de meest frustrerende. Uiteindelijk na het inspecteren van het chassis- en motorbloknummer, draaide de man gelukkig bij. Zo veel zotheid was natuurlijk moeilijk vol te houden. Het moet wel leuk blijven dat buitenlandertje-pesten. Laat deze onschuldige Duitsers maar door rijden. Toen de man vroeg naar de kleur van de motor, wisten wij dat het in orde kwam. We maakten nog een afrondend pretpraatje en ten slotte waren we vrij om te gaan.

Na het grensdebacle waren we toch blij dat we in een hotel geslapen hadden. Er was namelijk in geen velden of wegen een camping te vinden. En het eerste de beste hostel was honderden kilometers verderop, in een aftands dorpje dat door de 43 bruut middendoor gesneden werd. Wij moesten nog een flink stuk verder gaan om aan het saaie landschap te ontsnappen. In de provinciehoofdstad Salta aangekomen konden we midden in de stad kamperen, naast één van de grootste zwembaden die wij ooit gezien hadden. Het wordt alleen in de drie warmste maanden van het jaar gebruikt en vol water gezet. Wij konden ons voorstellen hoe druk het dan zou zijn, met allemaal gezinnen met kinderen erom heen, die hier verkoeling zoeken en tot diep in de nacht vlees  grillen. Die avond ging onze eerste 'biefe de chorizo' de pan in en spoelden we het weg met goedkope lekkere Chablis.

Mirjam Pol op de motorbeurs in Utrecht
We wisselden onze dollars om voor pesos op de zwarte markt (lees: bij een mannetje op de Plaza des Armes) en kochten een echt verzekeringsbewijs om problemen te voorkomen. Nu was het de hoogste tijd om interessantere rutas van het land te verkennen. We tankten een onbeduidend merk benzine en gingen op weg naar Cafayate. Hier stelde het landschap zeker niet teleur. De weg kronkelde zich langs rode bergen en diepe ravijnen. We volgden een droge rivier die ons kennis liet maken met heilige plekken van de Indianenbevolking die er ooit leefden. Bij het 'Gat van de Duivel,' een enorme spelonk in de rode rotsen (lijkt een beetje op de smalle toegang naar de Lebanese stad Petra) stond een bus van het Honda rally team met belangstelling naar onze George te turen. Ze maakten zelfs foto's van hem (misschien ter inspiratie van de nieuwe Africa Twin?). We praatten wat met de nieuwe assistent van de teamchef, de Nederlandse Mirjam Pol, die wij beter kennen als onze enige Dakarrijdster. Niet onverdienstelijk trouwens maar nu zit ze even op een stoel in plaats van het zadel, tot ze weer genoeg geld heeft om te kunnen rally-rijden. In Cafayate vonden we al vroeg een camping en toen wij boodschappen wilden doen herinnerde het ons weer aan die verdraaide siësta's; de winkels gaan pas om 19 uur weer open!

De volgende dag bezochten we de overblijfselen van een Indianendorp. Meer dan een paar cactussen en een aantal gestapelde stenenmuurtjes was het niet, maar goed, we mochten wel met ons entreebewijs gratis van de wc gebruik maken. Na de plas besloten we om de Ruta 40 verder te volgen. Deze staat bekend als de langste weg van Argentinië (5.200 km) die langs historische plekken slingert die de moeite waard zijn. In het begin was het vrij onduidelijk hoe de weg verliep trouwens. Door wegwerkzaamheden raakten wij het spoor in Santa Maria bijster maar na een aantal keer vragen, zaten we toch weer goed. Lange stukken reden we off-road doorde brandende zon, dan weer over asfalt, over ijzig koude hoogvlakten met afmattende rukwinden. Op het laatst dreigde het te gaan regenen maar de wolken hielden zich tot aan Bélen gelukkig goed. Hier ontdekten wij dat een kampeerplek soms een 'picknick' plaats is, niet veilig genoeg om de nacht door te brengen. Gelukkig vonden we een warm bed in 'Hostel Freddy' en George (aka Jorge) werd bewaakt door een schuimbekkende pitbull.

Net als een paar dagen geleden moesten wij opnieuw besluiten of we - wel of niet - naar Chili zouden gaan. Het betekende een nieuwe sticker op de koffer en een nieuwe ervaring rijker maar gezien de staat van de achterband (die begon hier en daar te scheuren) en de overgebleven tijd, leek het toch verstandiger om een ruime '-L-' in het landschap te maken en kortste weg te nemen naar Buenos Aires.

Bélen was niet alleen een keerpunt qua route, het markeerde ook het eindpunt van het mooiste landschap. We reden langzaamaan de bergen uit. We kampeerden nog naast een leeg zwembad in Chilicito, we kwamen langs San Augustin de Valle Fertil, Cruz del Eje en uiteindelijk belandden we in de tweede stad van het land Cordóba. Sinds Chilicito zagen we een enorm gitzwart front koud weer en regen dat ons telkens leek te achtervolgen. We probeerden er onderuit te rijden en als het lukte, juichten we van opluchting en probeerden snel in de zon te lunchen. De ontdekking dat de winter zijn intrede had gedaan in dit deel van de wereld maakte ons enigszins humeurig. We ontdekten ook dat de steden in Argentinië niet zo bijzonder zijn maar eerder grauw en troosteloos. Niemand heette ons echt welkom, zo voelde het.

Cordóba was een dieptepunt. Zo interessant als de stad in Spanje is, zo ongeïnspireerd is de stad aan de andere kant van de oceaan. We beleefden er de koudste nacht sinds onze maand in de VS. 's-Ochtends stonden de bloemen op de tent en het zadel van de motor werd helemaal wit. Tot onze verrassing hadden zwerfhonden de -4 graden celcius ook overleefd, ze sliepen gezellig om ons heen. Bij de eerste zonnestralen gaf ik ze een aai over de bol en de kwispelmachientjes kwamen weer zonder aarzelen en trouw tot leven. Het houtvuur en een pot koffie bracht ons ook weer 'boven Jan,' wat wel nodig was, want we hadden een flesje Fernet (zonder de cola) bij het kampvuur achterover getikt.

Als we het over mochten doen, zouden we nooit meer dwars door het midden van Argentinië willen rijden, ookal werden we ervoor betaald. Wat is het landschap ongelofelijk saai - een volledige deceptie in vergelijking met wat wij achter ons hadden liggen. In Argentinië kun je stickers kopen van de routes die je hebt gereden (Ruta 40 bijvoorbeeld) maar wie wil er in godsnaam Ruta 9 op zijn voertuig plakken? Zelfs als ik dood ben, moet niet iemand het wagen om Ruta 9 in mijn buurt te roepen want ik draai mij driekwart in de rondte. Wat een ongelofelijk geestdodende weg is dit. En er is ook helemaal niks te zien of te doen. Het vlakke landschap met hier en daar een plukje bomen langs de weg, deed ons irritant genoeg ook heel veel aan Nederland denken. Daar waren wij toch geen 50.000 kilometer voor gereden, om uitgerekend in een oer-Hollands tafereel rond te rijden?

Naast de slaapverwekkende infrastructuur, het saaie landschap, moet je hier vooral oppassen op
het verkeer. We hebben menige wegmisbruiker op de rondweg van Rosario een middelvinger gegeven. Het is één van die plekken waar je je realiseert hoe slecht automobilisten kunnen rijden, ook al lijkt het hier op het eerste gezicht 'georganiseerd' aan toe te gaan. Om een paar voorbeelden te geven, men negeert de maximum snelheid ten alle tijden en creëert bij het stoplicht gewoon een extra rijstrook op de weg. Men snijdt ons (en vooral ook elkaar) van links en rechts tegelijk, bumperkleven is een nationale sport, evenals hard door het rode licht rijden - het is hier de normaalste zaak van de wereld, simpelweg omdat men niet weet hoe het wél moet. Menig maal hielden wij ons hart vast. In Salta zagen wij een Citroëntje zó hard door het rood over een kruispunt  rijden, in zijn gang een auto en een voetganger op een haar na missend, dat zelfs de Argentijnse omstanders er het rood van achter de oren kregen. Later hoorden wij dat je in een dag je autorijbewijs kunt halen. En wil je ook een motor of een vrachtauto kunnen besturen? Dan lap je er gewoon een paar pesos bij. Zo simpel is dat. Geen wonder dus dat Argentinië voor ons op de eerste plaats komt van slechtste bestuurders in heel Amerika.

Via Villa Maria en Rosario (geboorteplaats Che Guevarra) kwamen wij uiteindelijk aan in Buenos Aires, de stad van de 'mooie winden,' zusterstad van Chicago, de 'Windy' city. Hier ontmoetten wij Santiago. Een reuze aardige jongen van 30 die ons in eerste instantie voor een paar dagen wilde hosten in zijn grote stad (13 miljoen inwoners). We mochten op zijn slaapbank slapen in zijn kleine, gezellige appartement, midden in het centrum van de stad. Het was de perfecte uitvalsbasis om de bekende wijken San Telmo, La Boca en Palermo te verkennen. Opnieuw leek de vergelijking met Nederland zo slecht nog niet, toen we op een avond gedrieën in het opgeknapte havengebied liepen, leek het bijna één op één te zijn gekopieerd van het Amsterdamse IJ. Er is zelfs een oranje verlicht beeldje, dat ter ere van onze Koningin Beatrix, dat geschonken is door een groepje Nederlandse multinationals. Ook hebben de Argentijnen de kroning van onze Koning en Maxima net zo op de voet gevolgd als wij. Deze speciale band heeft als voordeel dat ze ons kikkerlandje overal kennen, nadat je ze hebt uitgelegd dat je geen Duitser bent.

Eén van de highlights was het bezoek aan de begraafplaats in Recoleta, een soort Pied la Chaise van BA, waar de graven zó groot zijn als huizen en de plaats lijkt op een klein dorpje. Samen met Santiago zochten we naar het graf van Evita Péron en naar verluid, ligt zij nog steeds als een Sneeuwwitje opgebaard in een glazen kist. Na zo veel geleur met haar lichaam ná haar dood (een generaal heeft zelfs maanden lang necrofilie op haar uitgeoefend) heeft zij eindelijk rust gevonden (afgezien van de stroom toeristen dan). Alleen haar zus mag het graf in om haar te zien.

Het is te veel om op te noemen wat we allemaal in BA gedaan hebben –  het komt erop neer dat Buenos Aires één van onze beste herinneringen aan Argentinië is geworden. Na het verblijf van acht dagen bij Santiago, reden wij met onze snelheid van maxima 80 richting Uruguay, het kleine broertje van Argentinië. Ook hier bestaat de nationale grens uit een brug, dit keer over de rieteilanden in de rivierdelta Tigre. Als we erover heen rijden is het het stralend weer en lijken wij onze laatste weken in Zuid-Amerika mooi en warm af te sluiten. Helaas sloeg het weer finaal om toen wij onze tent opzetten in Colonia, een voormalig piratenstadje aan de kust van de Rio del Plata ('geldrivier'). Het gedruil deed zijn werking, een hardnekkige verkoudheid en griep deed zijn intrede in mijn lichaam. Door de dichte mist onderweg naar Montevideo, zagen wij alleen maar witte lucht en niks van de kust met (naar men zegt) mooie stranden.

In Montevideo zouden wij met motor en al aan boord gaan van een groot vrachtschip, al kwam die maar niet. Het wachten in onzekerheid was begonnen. Om bij te komen, verstopten we ons een weekend in een lekker hotel waar we uit kwamen om boodschappen te doen en een frisse neus te halen. Montevideo is nat en koud in deze tijd van het jaar. We verbleven ook nog een paar dagen bij onze couchsurf-vrienden José en Flavia. Deze twee aardige mensen hadden eigenlijk geen tijd om ons te 'entertainen,' maar toch mochten we er verder uitzieken, genieten van hun heerlijke kookkunsten en wachten op de Italiaanse Grimaldi-boot die ons een dezer dagen mee zou nemen in haar gigantische ruim. Elke dag van ons verblijf in Montevideo werd ons meegedeeld dat we de boot de volgende dag zal gaan. Uiteindelijk werd het onze gastheer en dame te veel, werden we het huis uitgezet en dropen we af, terug naar ons warme hotel. Hier kregen we uiteindelijk de bevestiging dat de boot morgen toch écht zou gaan, al deelde het mailtje niet mee hoe laat.

We hebben die dag tot 17.00 uur op een bankje in de lobby gezeten en nog eens vijf uur lang op de kade in de haven rond gehangen totdat we het schip in mochten. Gelukkig waren wij niet de enigen die mee zouden gaan. Er diende zich nog een Frans gezin aan met drie kinderen in een camper en een ouder echtpaar in een terreinwagen. Rond één uur 's-nachts lagen we uitgeteld in ons smalle hutje van de Grande Togo. Dit container- en autoschip koos de volgende dag het ruime sop. Ze bracht ons veilig terug naar huis, een zeereis van bijna 15.000 kilometer, 23 dagen en 62 gedownloade videofilms. De oversteek gaat van Brazilië naar Noord-Afrika en Europa. Eerlijk is eerlijk, met een gangetje van maxima 31,5 km/u gaan we langzamer dan ooit maar zullen we uitgerust aan komen, klaar om onze handen uit de mouwen te steken, klaar voor nieuwe avonturen!

 Relaxen in Salta



Fiesta de Chaugios


Weg naar Cafayate

The Devil's Canyon

Pas op voor spugende lama's!


Cactushout



Kamperen in Argentinië = steak en rode wijn




Dubbel onderdak in Chilecito




Wij stonden op met -4 in Cordoba met trouwe straathondjes om ons heen


Vader wil een geweer voor vaderdag?


Kleinste plee van deze reis

Wij vinden de Uruguayaanse Mate beter te haggelen dan die uit Argeninië

Uit het raam hangen bij Santiago (Av. Callao)
















Onze Couchsurfhost Santiago. We missen hem!










CLOUDY